Gearchiveerd: OG – SSC 1922 2

This content has been archived. It may no longer be relevant

Op 10 februari speelde het zestal van Ons Genoegen de, wegens corona uitgestelde, thuiswedstrijd tegen SSC 1922 2 (uit Soest).
Het werd, na een uiterst spannende wedstrijd, een 3½-2½ overwinning.

Een korte karakterisering van de gespeelde partijen:
Joost Marcus speelde met zwart aan bord 1 en moest zich aanvankelijk verdedigen tegen de dreigingen van zijn tegenstander. Dat ging goed. Maar toen kreeg hij, na wederzijdse korte rokade, de gelegenheid tot een vernietigend kwaliteitsoffer. Dat leverde hem een pion, twee fraai geposteerde centrumpaarden en een sterke aanval op. Het lukte Joost om elke vorm van tegenspel in de kiem te smoren en ondertussen voerde hij de druk op de witte stelling steeds verder op. Teruggave van de kwaliteit, en nog meer materiaal, mocht niet baten. Dus gaf zijn tegenstander terecht op.
Het was een de beste partijen ooit van onze Fide-meester (en nu nog steeds regerend veteranenkampioen van de SGS!), die daarmee al in een vroeg stadium de score in deze wedstrijd opende!
– Aan bord 2 kwam Martinus Riemersma met groot voordeel uit de opening. Veel meer ruimte voor zijn stukken en een belangrijke pion meer. Hij ging daarna echter te nonchalant spelen en toen bleek dat zijn 11-jarige (!!) tegenstander niet voor niets onlangs Nederlands kampioen in zijn leeftijdscategorie was geworden! Met enkele krachtzetten vlocht hij een matnet rond de witte koning. Voor wit zat er toen niets anders op dan aan de overkant van het bord iets soortgelijks op touw te zetten, met de gedachte ‘wie het eerst komt, het … ?!’ Toen zwart door kreeg dat hij uiteindelijk toch aan het kortste eind zou trekken, greep hij snel naar de noodrem en wikkelde af naar een toreneindspel dat, zoals wel vaker, potremise was.
– De partij van Jacques van den Berg, op bord 3, ging eerst gelijk op tot het moment dat Jacques een pion offerde. Hij kwam daarna gedrukt te staan, maar daar stond tegenover dat zijn dame een geweldige positie op d5 had. Zijn tegenstander kon eigenlijk niet zoveel meer en toen die zijn dame naar een verkeerd veld speelde, gaf hij Jacques de mogelijkheid een aanval in te zetten. Voordat die aanval zou doorslaan, koos hij daarom eieren voor zijn geld en forceerde remise door eeuwig schaak.
– De partij van Wim van der Mark, met wit aan bord 4, duurde 39 zetten. Maar, helaas, dat was enige zetten te weinig!
Zwart beging een slordigheidje in de opening waarna zijn stukken lange tijd niet goed samenwerkten. Het was allemaal niet zo spectaculair, wit kwam steeds ietsje beter te staan met gewone zetjes en zwart maakte geen fouten.
Wit daarentegen wel, één van de meest schaamteloze soort.
Hier volgt wat Wim er zelf van vindt:
‘Ik was me van geen kwaad bewust en deed ontspannen mijn zetjes, zij het na lang peinzen en mijmeren in de wetenschap dat mijn tijd toch wel zou worden bijgeteld na de 40e zet. Het spreekt vanzelf dat dit gegeven schreeuwt om een zware reprimande en te zien is als een vorm van ernstig verstoorde werkelijkheidsbeleving. Onze tijd wordt immers nooit bijgeteld. Alles is nu en niets is wat was.
Had ik dat niet even kunnen bedenken toen ik een stuk voor kwam? Hoe futiel en ook genadeloos, ons weten achter een schaakbord. En wij weten dit.
Laat ik verder zwijgen over de lafhartigheid van mijn remiseaanbod, zulks verdraagt het daglicht niet’.
Remise dus, doordat Wim de werking van de Fischer-klok even niet meer paraat had!
– Na een vrijwel gelijk opgaande opening kon de tegenstander van Bab Wilders, aan bord 5, na een foutieve ruil een sterk paard op d6 deponeren. Een verkeerde poging van Bab om dit stuk te elimineren leidde tot kwaliteitsverlies. Hoewel het loperpaar wel enige compensatie gaf, bood een derde fout zijn tegenstander de mogelijkheid de partij nauwkeurig af te maken.
Frank van Halem had wit aan bord 6 en zijn partij verliep wat wonderlijk. Na een klassieke opening kreeg Frank allerlei kansen. Maar zijn opponent kreeg echter wel  tegenkansen. Een latere analyse van Fritz leerde dat Frank hier en daar wel wat driester had mogen zijn! Het schoot niet erg op met zijn aanvalsplannen, waarop zijn tegenstander remise aanbood. Dit weigerde Frank, omdat de stand van de wedstrijd niet geheel duidelijk was en hij weinig risico liep om te verliezen.
Toen zwart daarna slordiger ging spelen en in het pionneneindspel zelfs blunderde wist Frank, ondanks de weinige minuten die hij nog over had, de partij onberispelijk af te maken. Waarmee hij de 3½-2½ eindstand realiseerde!

(Martinus Riemersma)

Bad Behavior has blocked 421 access attempts in the last 7 days.

Ons Genoegen