OG (zestal) – Doorn Driebergen 2

Op 4 november speelde het zestal van Ons Genoegen een thuiswedstrijd tegen Doorn Driebergen 2. Het werd een afgetekende 5-1 overwinning.

Een korte karakterisering van de gespeelde partijen:
Joost Marcus speelde met zwart aan het eerste bord en hij deed dat heel geduldig en behoedzaam. Zijn tegenstandster speelde in het begin vrij sterk. Ze week wel enkele malen van de theorie af, maar dat bleek best te kunnen. Er werden veel stukken geruild, waarbij Joost toch tussen de bedrijven door positionele voordeeltjes bij elkaar wist te sprokkelen. Uiteindelijk kwam er een eindspel op het bord met elk een dame, een paard en ieder nog evenveel pionnen. Wit offerde een pion om koningsaanval te krijgen, maar Joost had goed getaxeerd dat hij die pion wel kon nemen. Toen hij vervolgens nog een tweede pion won en ook nog de dames kon ruilen, was de buit in feite binnen. Winst dus!
– Aan bord 2 ging Martinus Riemersma al snel met zijn vleugelpionnen op de vijandelijke koning af. Zijn eigen koning bleef lange tijd in het centrum staan. Dat alles onder het motto ‘Ga eerst je tegenstander mat zetten, rocheren kan altijd nog wel!’ Zijn tegenstander zag geen kans alle dreigingen te pareren en capituleerde daarom op de 25e zet.
– Op bord 3, waar Jacques van den Berg met zwart speelde, gebeurde eigenlijk helemaal niets. Toen zijn tegenstander dameruil forceerde zat er daarna niets meer in de stelling. Remise dus.
– Wim van der Mark, aan bord 4, kreeg met wit een damegambiet op het bord dat door zijn tegenstander nogal onorthodox werd behandeld. Zwart kwam erg gedrukt te staan, wat na een zet of 20 leidde tot een komische terugtocht van loper, paard en toren naar de beginstand! Maar toen kwam daarna een onzinzet van wit met als gevolg de totaal onnodige afruil van de zware stukken, met remise als gevolg.
Bab Wilders nam, aan bord 5, geen enkel risico. Gewoon rustig zet voor zet de stelling verbeteren om vervolgens, na enkele overbodige zetten van de tegenstander, bij de eerste grote fout onmiddellijk toe te slaan. Dat leidde tot mat of dameverlies. Einde partij.
– Het begin van de partij van Frank van Halem, aan bord 6, was nogal merkwaardig. Zijn tegenstander had niet veel aandacht voor de ontwikkeling van zijn stukken, maar deed liever wat passieve pionzetten zoals a6 en h6. Verder ruilde hij af zodra daar maar een mogelijkheid voor was. Dit alles resulteerde in een eindspel met gelijke lopers en elk nog 6 pionnen. Toen daarna ook de lopers nog werden afgeruild wist Frank, met de oppositieregel in het achterhoofd, de partij op techniek te beslissen.

(Martinus Riemersma)